The Well

20-07-2018

The Well; theatervoorstelling met en over jeugdpsychiatrie 

Berthe Spoelstra

terug naar overzicht scroll ↓  


'Hier hoeven we niet de hele tijd te praten over wat we lastig vinden, maar kunnen we woorden geven aan waar we last van hebben.'

Regisseur Alexandra Broeder ging samen met Frascati een verbintenis aan met de Bascule, academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Drie maanden werkte ze iedere maandagmiddag met meisjes tussen de 14 en 19 jaar die daar in behandeling zijn. Het resultaat is The Well, een theatervoorstelling over het verglijden naar een andere, duistere wereld. Een impressie van het repetitieproces en gesprekken met regisseur Alexandra Broeder, de zes actrices en jeugdpsychiater Arne Popma: over de wisselwerking tussen therapie en theater, co-creatie en schijt.

gepubliceerd op De (on)vertelde Stad www.frascatitheater.nl/de-onvertelde-stad

'Wat goed dat u er bent, mijn lief publiek. Heeft u getwijfeld of u zou komen vanavond? Ik wel, ik heb getwijfeld. Maar toch ben ik hier. Met u. Wij delen hier tijd en ruimte met elkaar. Dat betekent iets. De wissel naar onze wereld is omgezet. U kunt mij zien. U kunt mij horen. Dat betekent iets. U kwam naar binnen, zag ons zitten en op dat moment is uw realiteit een tikje verschoven. Haast onmerkbaar, maar neemt u van mij aan dat u zojuist een beetje door de bodem bent gezakt.'

Horror

Alexandra Broeder maakt al zo'n vijftien jaar professionele theatervoorstellingen waarin uitsluitend kinderen meespelen. De machtsverhouding tussen volwassenen (publiek)en kinderen (spelers) is een terugkerend thema en een vleugje horror hangt vaak in de lucht.

Alexandra Broeder: "Ik heb altijd een fascinatie gehad voor horrorfilms waar kinderen in spelen. Lang vroeg ik me af waarom ik die liefde koesterde, tot ik me realiseerde dat de kinderen zich in dit soort films niet als kind gedragen. Ze spelen als het ware een andere rol dan verwacht en daardoor kunnen ook de volwassen toeschouwers minder makkelijk terugvallen op hun vaste rol in het leven. Zonder die zekerheden wordt je teruggeworpen op jezelf en voel je je aangesproken op een onbewust, gevoelsmatig niveau. Bij mij nemen kinderen het publiek bij de hand om een andere wereld te betreden."

Soms gebeurt dat letterlijk: in CandyLand (2008) werd het volwassen publiek door kinderen meegenomen naar een desolate plek aan de rand van de stad om daar deelgenoot te worden van een verontrustend ritueel. "Ik bouw graag parallelle werelden waar het publiek via de kinderen in stapt. Samen belanden ze op een plek waar de volwassene niet kan terugvallen op kennis, of verworvenheden. Je verliest de controle en wordt even heel kwetsbaar."

'Ik zou u willen vragen gewoon naar mij te luisteren. Zonder vooroordeel. En zonder medelijden. Heb vooral geen medelijden. Zonder de psycholoog uit te hangen. Of te denken dat het vast de puberteit is. Wees niet bang voor mij. Denk niet dat het allemaal maar een schreeuw om aandacht is, of dat ik hier zelf voor gekozen heb. Maar zeg ook niet: het komt allemaal wel goed. Want dat weet u niet.'

Doodeng

In zaal 4 van Frascati is The Well net afgelopen. De sfeer van de 'parallelle werkelijkheid' die Alexandra Broeder samen met haar zes actrices heeft gecreëerd hangt nog bijna tastbaar tussen het publiek. Er is een nagesprek. De speelsters zitten - nu in hun gewone kleren - op de eerste rij, terwijl Broeder op het podium vertelt hoe ze najaar 2017 voor het eerst drie middagen bij de Bascule was.

"Ik had vanalles voorbereid, maar wist niet wat ik moest verwachten. Ik was voortdurend met mezelf in conflict: moest ik nu wel of niet werken vanuit de problemen? Maar als we het niet over moeilijkheden of gevoelens zouden hebben, wat kwam ik daar dan doen? Ik was zenuwachtig en dacht: 'ik begin gewoon met wat filmpjes van mijn werk te laten zien'. Meteen stonden er drie meisjes huilend op de gang. Ze hadden een angstaanval. Dat vond ik dan weer doodeng, maar de behandelaars zeiden dat het er bij hoort. Dat was de eerste kennismaking."

Haar toon is opgewekt, de zaal grinnikt en de zes actrices kijken hun regisseur met een meewarige blik aan. Van de eerste groep die herfst 2017 bij elkaar kwam, zijn nu nog maar twee meiden over (de andere behandelingen zijn beëindigd of worden elders voortgezet), toch herkennen ze de situatie alle zes. Gevraagd naar hun ervaring met de eerste ontmoeting schetsen de meiden de spanning die een onbekende situatie voor hen oplevert. "Een theaterworkshop lag sowieso ver buiten onze comfortzone. En de trailers hadden ook zo'n echte horrorsfeer. Alexandra heeft na die eerste keer geen filmpjes meer laten zien." Iedereen lacht, ook psychiater Arne Popma.


Put

Kinder- en jeugdpsychiater Arne Popma is niet de behandelaar van deze zes actrices, wel is hij verbonden aan de Bascule. Als de zaal weer rustig is, vertelt hij over zijn forensisch onderzoek. "Met kinderen en jongeren kan het nog zoveel kanten op. Jong zijn betekent onder andere 'nog niet weten waar je heen gaat'. Omgaan met die onduidelijkheid is ingewikkeld, maar ook fascinerend. Bij psychiatrie voor volwassenen is de code toch min of meer dat de hulpverlener niet te veel van zichzelf moet laten zien, maar voor een jeugdhulpverlener is dat anders. Bij jongeren moet je juist méér van jezelf laten zien, anders maak je überhaupt geen contact."

Over dat contact gaat The Well. De magische plek waar Broeder haar publiek ditmaal naar toe wil brengen, is niet zomaar een griezelige ruimte. Het is een onbestemd niemandsland, een donkere put. Het is een plek die voor deze zes actrices, die tegelijk ook cliënt zijn van kinder- en jeugdpsychiatrisch centrum de Bascule, heel reëel is. Of, zoals Broeder hen in de voorstelling laat zeggen:

'Ik zou u graag vertellen over de plek waar ik vandaan kom. Ik zou deze plek graag de put noemen. Het is een donker, gapend gat waarin je terecht kunt komen. Niemand weet waar de put precies is. Helaas kan ik u er dan ook niet voor behoeden. Maar als je erin valt, ben je radeloos verloren. Ik ben in de put gevallen. Maar nu ben ik hier. Met u.'

Arne Popma: "In de jeugdpsychiatrie bevindt iedereen zich min of meer in zo'n niemandsland. Therapie is onbekend terrein waar niet alleen de cliënt, maar ook de behandelaar zich aan moet overgeven. Dat zie ik terug in de voorstelling: op het moment dat ik de theaterzaal betrad, was ik ergens anders. En toen het afgelopen was, liep ik nog een beetje verdwaasd de zaal weer uit. Het is, denk ik, een teken dat ik geraakt ben. Als groep waren jullie machtig en voelde ik me aan jullie overgeleverd. Tegelijkertijd waren jullie als individu kwetsbaar. Dat doet me wel wat."

Schijteilanden

Dat de voorstelling een succes is geworden, was niet vanzelfsprekend. Tot op het laatste moment was onzeker of de voorstelling door kon gaan, of iedereen wel aanwezig zou zijn. Vrijwel niets ging hier vanzelf: van de Bascule naar het theater lopen, tekst leren of tussendoor samen iets eten. Alexandra Broeder verwachtte problemen en kreeg ze ook.

Terug naar de periode voor de première: nog zo'n vijf dagen repetitie te gaan, verdeeld over twee weken. Negentig witte stoelen staan afwachtend richting podium gekeerd. Buiten is het tropisch warm, de stad zindert van toeristen. In een overvolle Nes wandelt Talla Dirkzwager, assistent van Broeder, met zes meiden naar Frascati. Misschien is er onweer op komst, maar de treinreis was turbulent. Als iedereen binnen is, de theaterzaal is heerlijk koel, opent Broeder de repetitie. Ze gaat niet in op de afzonderlijke problemen, maar zegt hoe goed het is dat iedereen aanwezig is. Of aanwezig? Ze richt zich direct tot de stilste van de groep: "Gaat het? Je bent er niet helemaal bij, geloof ik." Het meisje slaat haar ogen op, kijkt Broeder recht aan en aarzelt. Dan breekt er een lachje door op het vermoeide gezicht.

"Ik ben er", zegt ze. "Mooi", antwoordt Broeder. "Dan gaan we verder waar we gebleven zijn. We waren bij de overgang naar de Schijteilanden".

De theatertechnicus zet de soundscape aan, theaterlampen doen hun magische werk en we zijn de drempel over. De wissel is omgezet. Zes actrices komen op door een gouden glittergordijn, het contrast met het begin van de repetitie is groot. Broeder geeft met een bijna meditatieve rust haar aanwijzingen: "denk aan je aanwezigheid, je geheim. Dit is de tussenruimte, de schemerzone. Hier zijn jullie de baas. Neem de tijd, blijf het publiek aan kijken."

'Ergens ver hier vandaan liggen de schijteilanden. Een eilandengroep die het niet waard is om een naam te geven. Een groep schijteilandjes in de vorm van schijt. Op deze schijteilanden groeien palmbomen die de vorm van schijt hebben. Ze produceren kokosnoten die naar schijt ruiken. Schijtaapjes eten deze schijtkokosnoten en schijten dan de meest ranzige schijt. Er ontstaan terpen van schijt en de palmbomen produceren daardoor nog meer schijt. Het is een eindeloze cirkel van schijt. Ja ja een eindeloze cirkel van schijt.'

Co-creatie

Later vertelt Alexandra Broeder: "kijk, een psychische stoornis is artistiek gezien niet interessant. De sleutel die deze jongeren hebben, geeft hen toegang tot een gebied waar de meeste mensen bang voor zijn. Deze spelers kennen die angst en juist daardoor kunnen zij het gebied ontsluiten. Ik wil een samenzijn tussen spelers en publiek creëren; samen verglijden naar die duistere plek, die andere werkelijkheid. Het gaat mij niet om de privé-verhalen van deze meiden, maar om een universele, donkere plek in jezelf die iedereen herkent, zelfs als je je gevoelens liever negeert. Daarom heb ik de persoonlijke verhalen vervlochten met flarden uit het werk van de Japanse schrijver Haruki Murakami. Zijn melancholie past hier goed bij."

Broeder is ook onzeker geweest over het project: "Ik wilde dat het meer wordt dan kijken naar de kwetsbaarheid van een speler. Maar hoe kies ik wat ik wel laat zien en wat niet? Welke vorm past hier en wat is haalbaar? Is dit een sociaal-therapeutisch project of toch een kunstwerk, en waar liggen de grenzen?" Het zijn herkenbare vragen voor theatermakers die werken met niet-professionele spelers die ook een bijzondere kwetsbaarheid hebben. Waar ligt de grens tussen artistieke abstractie en voyeurisme? Hoe behoudt de regisseur het midden tussen conceptueel denken, dat mogelijk over de hoofden van de niet-professionele medemakers gaat, en verdwijnen in hun dagelijkse, concrete problematiek? En kan de theatermaker ondanks dit soort vragen op gelijke voet blijven staan met de spelers en de instelling, de co-creatoren?

Avontuurzin

Vanuit de noodzaak van kunstenaars om zich uit te spreken over de wereld, zette Frascati de nieuwe programmalijn De (On)vertelde Stad op, waarin theatermakers worden gekoppeld aan stedelijke, maatschappelijke partners. Zo werkte de Engelse kunstenaar James Leadbitter al binnen de muren van de Bascule met het project Mental Love. Ook Alexandra Broeder wilde graag werken in een psychiatrische instelling voor jongeren, het theater koppelde haar aan de Bascule.

Broeder: "mijn startpunt blijft een artistieke vraag: hoe kan ik samen met hen een verhaal vertellen. Tegelijkertijd heeft dit project mij persoonlijk diep geraakt. Soms nam de realiteit de overhand. Ik had dan misschien wel een plan, maar het genezingsproces van mijn spelers ging altijd voor en verliep helemaal niét volgens plan. Die grilligheid greep me aan, ging onder mijn huid zitten. Ironisch genoeg is dat precies wat ik ook bij mijn publiek wilde bereiken. Ik kon niet terugvallen op wat ik al wist. Deze voorstelling liet zich niet maken zonder ook mijn eigen zekerheden in de waagschaal te stellen. Maar hoe ver kon ik gaan? Waar is de grens tussen theatermaker, hulpverlener, mens?"

Co-creatie, het werken met een zorginstelling en niet-professionele spelers die bijna altijd samenvallen met het gekozen onderwerp, blijkt een voortdurend tasten in het duister, telkens opnieuw beginnen, zonder zekerheden. Het vraagt van theatermaker, spelers en instelling overgave en avontuurzin.

'Ja ja, de grond waarop wij staan hè. Die ziet er stevig uit, maar er hoeft maar dat te gebeuren en je zakt er doorheen. Voordat je het weet zit je in je eentje in een hele donkere wereld. De put is een enge plek, al voel ik me er tegelijkertijd heel veilig. Er heerst chaos maar tegelijkertijd is het er stil en eenzaam. Hoe de put het doet weet ik niet, maar het maakt alles dof, afgestompt. En mij onbereikbaar. Onaantastbaar. Ik wil hier weg, maar tegelijkertijd wil ik nergens anders liever zijn.'

Lokaaltje

Drie maanden werkte Alexandra Broeder bij de Bascule naast het AMC in Amsterdam Zuid-Oost. Ze vertelt hoe lastig het soms was om op die plek te ontsnappen aan de rauwe realiteit. "Daar werd ik soms wel verdrietig van. Echt theatraal is zo'n lokaaltje niet. Het is lastig om je voor te stellen dat je samen een professionele voorstelling maakt. We hebben het zeker nodig gehad om in een bekende, veilige omgeving te beginnen met de behandelaars er bij en de Bascule was een zeer betrokken partner die tegelijkertijd veel vrijheid gaf. Maar ik was blij toen we naar de theaterzaal konden."

De zes actrices zijn het met hun regisseur eens. "De sfeer in de Bascule is heel anders dan in het theater. Zit je ineens voor een volle zaal mensen die naar je kijken. Dat was wel even anders dan al het andere."

Nog meer schijt

Focus op andere zaken dan de psychiatrische problemen blijkt belangrijk. "Juist als er moeilijkheden zijn, is het goed jongeren te blijven aanspreken op de dingen die wél goed gaan," zegt psychiater Popma. "Want hoe meer schijt je hebt in je leven, hoe ingewikkelder het wordt. Het is een vicieuze cirkel, een schijtparadox zoals jullie in de voorstelling zeggen. Praten over deze complexiteit moeten we echt leren. Niet alleen als individu, ook als samenleving. Als behandelaar probeer ik steeds woorden te vinden voor wat er aan de hand is, maar dan zegt een jongere 'dat bedoel ik echt hélemaal niet...'. Hier in het theater is dat vanavond wél gelukt. Er zijn woorden gevonden die niet alleen uitdrukken wat deze meiden willen zeggen, het zegt mij ook iets. Dat maakt de voorstelling meer dan een bezigheidstherapie."

Last

Hoe was dit alles nu voor de actrices? Was het bijvoorbeeld zwaar om de regisseur, alweer een extra persoon, toe te laten? "Ik vond het eigenlijk vooral moeilijk om te zien dat de groep steeds kleiner werd," zegt één van hen. "We waren eerst met z'n achten, maar twee moesten stoppen omdat het niet meer ging."

Was het werken aan de theatervoorstelling voor de meiden onderdeel van de therapie of stond het er juist ver van af? Het is even stil, dan antwoordt één van hen: "Voor mij heeft het met elkaar te maken, maar het is zeker niet hetzelfde. Met Alexandra hoeven we niet hele tijd te praten over wat we allemaal lastig vinden, maar kunnen we woorden geven aan waar we last van hebben."

'Ik weet best dat ik mijn gevoelens naar buiten moet laten. Maar ik weet gewoon niet hoe het moet. Ik heb het gevoel dat als ik nu zou ontspannen dat ik dan uiteen zou vallen.Dan zou ik in stukjes uit elkaar vallen en weggeblazen worden. Dus daarom doe ik dat dan toch nog maar even niet. Als u dat goed vindt.'

Samenzijn

Tijdens de voorstelling is het publiek muisstil. Zwijgend kijken de zes actrices de zaal in, soms met een klein, mysterieus lachje. Ademloos kijken de toeschouwers terug. We voelen ons verbonden, blijkt uit de reacties na afloop in het café. "Het gaat niet alleen over jullie, maar ook over mij," zegt een toeschouwer. "Ik werd er naar toe getrokken. Ik wilde niet weg. Ik wilde ons samenzijn, zoals jullie het noemen, niet verbreken," zegt een ander. Het is precies die sfeer van 'een samenzijn in de parallelle werkelijkheid van de put' die na de voorstelling The Well nog bijna tastbaar in de theaterzaal hangt. Toch is de voorstelling, de repetitie, het proces ten einde. Alexandra Broeder klapt in haar handen: "Kom meiden, we gaan een ijsje eten."

'Soms ben ik zó bang dat ik het uit zou willen schreeuwen. Dan word ik midden in de nacht wakker, honderden kilometers verwijderd van wie dan ook. Herkent u dat gevoel? Dan probeer ik mezelf eraan te herinneren dat ik verbonden ben met anderen. Zoals ik dat vanavond met u ben. U heeft naar ons gekeken. U heeft naar ons geluisterd. Dat betekent iets, dat had ik u aan het begin al laten weten. Weet u nog? Iets met een verbinding...'

Tijdens de wintereditie 2017 van Frascati Issues De (On)vertelde Stad werd het eerste onderzoek van The Well (Frascati Producties i.s.m. de Bascule) gepresenteerd, de volledige voorstelling was te zien op van 17 t/m 19 mei en van 28 t/m 30 juni 2018. Voor dit artikel is gesproken met regisseur Alexandra Broeder, professor Arne Popma (hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie aan Amsterdam UMC, hoogleraar Forensische Psychiatrie aan de Universiteit Leiden en verbonden aan de Bascule) en de actrices van The Well: Anouk, Claire, Jamy-Lee, Lara, Nicky en Olivia. 

Berthe Spoelstra is huisdramaturg van Frascati.