Het poemamechanisme

06-11-2006

Over Poema van Annemarie Slotboom en Giselle Vegter 

Berthe Spoelstra

terug naar overzicht / scroll   

Dramaturg Berthe Spoelstra bezocht de voorstelling Poema van Slotboom en Vegter en schreef op verzoek van Volume, het blad van Theaterwerkplaats Gasthuis, een beschouwing. 

gepubliceerd in Volume, najaar 2006

Gestrand

Op zaterdag 10 juni 2006 ging Poema in première in Het Gasthuis. Giselle Vegter regisseerde de tekst van Annemarie Slotboom over investmentbanker Ralf (Dennis Költgen), vastgoedondernemer Ronnie (Dimme Treurniet) en schrijver Russel (Iwan Walhain). Zij leiden elk een modern en flitsend leven en toch vertoont Ralf verschijnselen van successlijtage. Steeds vaker heeft hij het gevoel dat hij iets mist in het leven.

Op een fatale dag rijdt hij, in plaats van naar Schiphol, richting Veluwe. Op de achterbank hangen Ronnie en Russel. Ze kwamen elkaar de vorige avond tegen in de lobby van een hotel en werden samen dronken. Ralf, die nog het minst heeft gedronken, rijdt zijn pas verworven vrienden in de auto van Ronnie naar een snackbar in Lunteren. En daar, in de snackbar van Martha (gespeeld door Eva Damen), komt het snelle leven van de drie mannen tot stilstand. Arie, de vriend van Martha, zet de loop van zijn jachtgeweer tegen het hoofd van Ronnie. Hij wil namelijk de auto 'lenen' om op jacht te kunnen gaan naar een poema die de klandizie verjaagt.

Gedesoriënteerd zitten Ralf, Ronnie en Russel in Martha's friettent. En daar begint het stuk. De Daimler Chrysler van Ronnie is weg en zijn mobiel heeft geen bereik meer. Wat bezielde Ralf om hier naar toe te rijden? En wat bezielt de mensen in dit dorp om achter een poema aan te rennen? Poema's komen toch helemaal niet voor op de Veluwe?

Het poemamechanisme

Veel in het verhaal van Poema is gebaseerd op de werkelijkheid. Precies een jaar voor de première - op 14 juni 2005 - kwam in het nieuws dat er een poema op de Ginkelse hei was gesignaleerd. Wekenlang hield de poema de media in zijn ban, terwijl het verhaal waarschijnlijk niets anders was dan een broodje aap. Iemand denkt een roofdier te zien in de buurt van de bewoonde wereld, er ontstaat grote (media)aandacht voor het verhaal waardoor steeds meer mensen het dier denken te zien. Klopjachten worden op touw gezet die niets opleveren. Na een tijdje verliest men de interesse in het verhaal en nemen de meldingen af, tot het beest (of het verhaal) weer ergens anders opduikt. Zo is de poema dit jaar opnieuw gesignaleerd in de heuvels van Limburg en zouden er leeuwen in de duinen van Egmond zijn gezien. En een wolf in het Waasland. Poëtischer kan bijna niet.

De voorstelling Poema gaat over de kracht van dit soort verhalen, over de macht van de media en over hoe sommige hersenspinsels behoorlijk echt kunnen lijken. Zo echt dat je jezelf erin kunt verliezen. Poema gaat over het grijze gebied tussen feit en fictie. Over hoe je kunt verdwalen als je de waanideeën van een ander overneemt.

De hamvraag in de hype rond de Veluwse poema was namelijk niet of het beest echt was of niet. Daaronder lagen veel interessantere vragen. Laat je je gek maken door de angsten van een ander? Welke angsten zijn echt en welke niet? Wat ervaren wij als realiteit en wat als fantasie? De poema is daar een theatraal voorbeeld van. Veel minder poëtisch wordt het wanneer 'roofdier' wordt vervangen door woorden als 'terreur' of 'onveiligheid'. Niemand zal beweren dat terreurdreiging een hersenspinsel is, maar ook daar ligt het poemamechanisme op de loer. Wie genoeg hoort over de onveiligheid op straat, wordt vanzelf bang. Hoe meer mensen het woord terrorisme in de mond nemen, hoe reëler het verschijnsel wordt.

De mythische poema van de Veluwe 2005

Televisierealisme

Bij het poemamechanisme spelen de media een centrale rol, de televisie voorop. Het werk van Annemarie Slotboom en Giselle Vegter verhoudt zich nadrukkelijk tot de televisie en vooral tot het genre reality-tv. Vegter maakte bijvoorbeeld eerder de voorstelling Otterstraat 66, waarbij het publiek op straat op een tribune zat en in een woonhuis naar binnen mocht gluren. Annemarie Slotboom stelt: "reality programma's zijn volkomen echt, maar hebben helemaal niets te maken met de realiteit. En elke kijker weet dat". Echtheid is blijkbaar een begrip dat naar believen kan worden ingezet.

En dat is ook precies wat in Poema gebeurt. Het gaat er niet om wat echt is of niet, de kern is dat de personages in dit stuk proberen hun eigen waarheid en hun identiteit te construeren. Alsof het een bouwpakket is. Zoals de poema op de Veluwse hei cirkels trekt om de friettent van Martha, zo lopen ook de personages Ralf, Ronnie en Russel rondjes in hun eigen moraal. Ze proberen te ontsnappen aan de realiteit van hun afkomst, hun oorspronkelijke identiteit. Maar dat lukt niet.

Gaandeweg het stuk blijkt het helemaal geen toeval dat Ralf de auto parkeerde voor de deur van Martha's snackbar. Zijn vader en grootvader bakten hier hun leven lang frieten: op deze triviale plek groeide de succesvolle investmentbanker op. Het is de geboortegrond die hij wilde vergeten, de realiteit die hij niet onder ogen wilde zien. Want wie wil er nu als zoon van een plattelandspatatbakker door het leven gaan? Nee, dan liever de werkelijkheid naar je hand gezet tot je bent wie je in je dromen allang was.

Daarmee doen de makers van Poema een uitspraak over het huidige tijdsgewricht, waarin elk mens zijn eigen realiteit en identiteit moet construeren en vervolgens moet zien te bewaken. De werkelijkheid doet daarbij niet zo ter zake. Televisie, glossy tijdschriften en reclame benadrukken dagelijks het belang van het individu. Ze laten zien dat de mens maakbaar is. Een persoonlijkheid en een nieuwe droom-werkelijkheid zijn te koop. Sterker nog, veel reality-tv toont aan dat de realiteit vrijwel niets meer te maken heeft met de oorspronkelijke betekenis van het woord. Realiteit is daar juist eerder het omgekeerde. Identiteit wordt ingeruild voor een imago, een exhibitionistische zelfverwerkelijking. Echtheid en realiteit zijn daarbij nog slechts codewoorden die nodig zijn om ongeremde inleving, hier praktisch gelijkgesteld aan voyeurisme, te kunnen rechtvaardigen.

Code Snackbar

Maar hoe zit dat in het theater? Geldt daar ook een 'echtheidscode' die niets te maken heeft met de realiteit? Het uitgangspunt van vrijwel elke theatrale situatie is dat deze niét echt is. Op het toneel geldt de code van 'doen alsof' en daarmee toont een toneelstuk een verhoogde werkelijkheid. Aan deze basis wordt nu gemorreld. De nieuwe generatie theatermakers lijkt een theatrale verhoogde werkelijkheid te willen bereiken door juist uit te gaan van 'echtheid', niet van 'doen alsof'. Precies zoals de reality-tv. Interessant is na te gaan op welke manier dat precies gebeurt. Welke theatrale vormen kiezen de makers van Poema?

De term 'hyperrealisme' (of 'superrealisme') dringt zich daarbij op. Hyperrealisme is een kunststroming uit de tweede helft van de vorige eeuw die zich kenmerkt door de wijze waarop de werkelijkheid wordt weergegeven. Met klinische precisie wordt tot in detail de realiteit in beeld gebracht, elke subjectiviteit lijkt weggepoetst. Deze objectiviteit geeft het getoonde vervolgens een zekere kunstmatigheid.

Ook in Poema wordt de werkelijkheid zo realistisch mogelijk weergegeven. Wie bij aanvang de snackbar en de personages ziet, voelt zich op bekend terrein. Dit is bijna televisierealisme. Maar gaandeweg neemt het stuk een andere wending en worden dagelijkse zaken extreem uitvergroot. De realiteit wordt opgeblazen. Kunstmatigheid wordt hier niet bereikt via extreme objectiviteit of emotieloosheid zoals in het hyperrealisme, maar door middel van het langzaam oprekken van de grenzen van de werkelijkheid.

De snackbar, ontworpen door Tjallien Walma van der Molen, is echt: er zijn kroketten, frikadellen, blikjes bier en ook echt frituurvet. Witte plastic stoelen, tafeltjes, boerenbontservetjes, alles is zo echt als in de snackbar op de hoek. En toch is het natuurlijk niét echt. Er zijn geen menukaarten, geen peper- en zoutvaatjes, geen onsmakelijke foto's van volgestouwde borden friet met kip. Hoe echt de patat ook is, hoe herkenbaar het er ook uitziet, het decor is een abstractie van een echte snackbar. Het systeemplafonnetje reikt niet voor niets tot aan de achterste rij toeschouwers. Wij zitten in de snackbar en zijn getuige van een realityshow met aan de ene kant Ralf, Ronnie en Russel en aan de andere kant Martha. Bijna ongemerkt dwingen de makers het publiek in de rol van voyeur.

De locatie waar Poema zich afspeelt is niet voor niets een snackbar. Het is een bewust gekozen uitgangspositie die de toeschouwer veilig kan aanvaarden als de werkelijkheid. Van daaruit vertrekt een zoektocht naar realiteit, identiteit en menselijke compassie. In Poema is 'code snackbar' het symbool voor de onwrikbare echtheid, voor een noordelijke nuchterheid. Niet voor niets komt hier het leven van de drie succesvolle mannen tot stilstand. Dit is hun geboortegrond, hun realiteit. En Martha is daarin het enige houvast. Het meisje achter de frituur is een aards en uiterst reëel wezen in vergelijking met de archetypische Ralf, Ronnie en Russel. Door Martha en haar frituurlucht zijn de drie mannen gedwongen na te denken over hun eigen leven. Iets zijn ze kwijt geraakt, maar wat? En waar? Wanneer? Martha toont hen onbedoeld het verloren goed: de realiteitszin.

Echte fantasie

Om Martha's snackbar loopt een poema. De ankerplaats van Ralfs identiteit wordt omsingeld door een beest dat tegelijk echt én fictief is. Het 'poemamechanisme' is daarmee zowel vorm als inhoud. Je kunt hier echte patatten bakken en het frituurvet sist hoorbaar. Maar Martha schenkt koude toneelkoffie zonder damp of geur. Sprongen in de tijd worden aangegeven door halve donkerslagen, waarin een onwerkelijk blauw Tl-licht flakkert en als het licht weer aan gaat, heeft Ronnie een enorme hoeveelheid aan elkaar geplakte bierblikjes in zijn hand. Zoveel heeft hij blijkbaar in de tussentijd gedronken. Een kaakslag lijkt echt, maar er volgt een bloedneus van ketchup. Beide waarheden zijn even reëel.

Die dubbelheid is ook zichtbaar in de scène waarin Ralf onder het bloed de snackbar binnenwankelt. Is hij door de poema aangevallen of heeft hij met Ronnie gevochten? Heeft hij zichzelf tegen een boom aangebeukt, in de hoop op een beetje medeleven? Of spéélt hij alles en is het bloed ook in zijn eigen werkelijkheid ketchup? In dit stuk doet het er niet meer toe wat echt is en wat niet. Deze personages creëren hun eigen waarheid. Als Ralf zegt dat hij zielig is, dan is hij dat. Zijn schreeuw om aandacht is echt.

En daar zit de eigenlijke stellingname van Poema. Vegter en Slotboom spelen dit theatrale spel met echt en onecht - rekken de realiteit op - omdat er geen echtheid meer lijkt te bestaan. Er zijn alleen nog hoogst persoonlijke constructies van realiteit. Wij fabuleren allemaal onze eigen werkelijkheid bijeen en construeren een waarheid waarin wij ons niet voor onszelf hoeven te schamen. Wij leven in de reclamefolder en sluiten onze ogen voor alles wat daar niet bij past. Al het andere is simpelweg niet waar. Zo is de wereld van de virtuele werkelijkheid waarin wij leven. Poema toont een angstaanjagend tijdsbeeld.

Opvallend is dat juist Ronnie - de meest cynische van het stel, degene die zeker wist dat de poema slechts een fantoom was - de eerste is die op de hei de poema tegenkomt. Juist Ronnie is gaan geloven in een verhaal, in de waanideeën van anderen, omdat het hem een perspectief biedt dat hij eerder niet had. Voor Ronnie is het leven al zo ver afgedreven van de werkelijkheid, dat de poema net zo reëel is geworden als zijn hotelketen in Shanghai. Poema, bakstenen, geld, succes, het is allemaal één en dezelfde berg van irreële realiteit. Of is het omgekeerd? Bestaat heel Ronnies leven uit reële onwaarheden? Het maakt niet meer uit wat Ronnie als werkelijkheid beschouwt, als het voor hemzelf maar reëel voelt. En daarin betoont hij zich een metafoor van de Westerse Belangrijke Mens. Daarom rent Ronnie tegen het einde van het stuk de hei op, de poema tegemoet, al schreeuwend: 'ik sluit me bij hem aan'. Het is de laatste wanhoopskreet van iemand die het onderscheid tussen echt en onecht niet meer kan maken. Ronnie kiest voor een leven waarin de fantasie echt is. Dat is dapper, maar ook blind. In Poema lijken Annemarie Slotboom en Giselle Vegter te zeggen dat in elk geval het hedendaagse toneel de taak heeft te overdenken wat echt is en wat niet. Als we dat niet meer doen, raken we alle realiteitszin kwijt en daarmee onze menselijkheid.

Modern hyperrealisme

Poema past in een langere serie Gasthuisvoorstellingen, waarbij theater als middel wordt ingezet om onderzoek te doen naar identiteit en de constructie daarvan in de hedendaagse samenleving. Het zijn voorstellingen die het spanningsveld tussen echtheid en kunstmatigheid inzetten om de kunstmatigheid van de maatschappij te overdenken.

Een tweede maal komt daarmee een associatie met het hyperrealisme op. Filosoof en cultuurcriticus Baudrillard stelt dat de wereld is verzadigd door informatie en voor zo'n groot gedeelte is gevormd door de media, dat de realiteit in zijn 'oervorm' niet meer bestaat. De werkelijkheid is volgens Baudrillard een gesloten systeem van tekens geworden die niet langer verwijzen naar de werkelijke wereld maar alleen nog naar zichzelf. De realiteit is hyperrealistisch geworden.

Op het hedendaagse toneel is misschien iets vergelijkbaars aan de hand. Ook daar geldt dat echt en onecht onderling van plaats kunnen wisselen zonder dat er een identiteitscrisis uitbreekt. Echtheid is een theatrale code geworden die naar believen kan worden ingezet. Met Poema willen de makers de werkelijkheid zoals we die in dit land maken, in twijfel te trekken. Wat openlijk als feit wordt gepresenteerd, moet worden gewantrouwd. Giselle Vegter en Annemarie Slotboom tonen de machinaties van de hedendaagse maakbare werkelijkheid, waarin het theater, net als de hedendaagse televisierealiteit, de werkelijkheid naar zijn hand wil zetten. Na de reality televisie grijpen nu ook deze makers de kans om op een nieuwe manier te reflecteren op de werkelijkheid. Daarmee toont Poema een modern soort hyperrealisme. Het is theater dat de werkelijkheid te lijf gaat met de eigen codes, zodat een oprechte zoektocht mogelijk wordt naar identiteit en menselijke compassie. Poema is een pleidooi voor de herdefiniëring van de werkelijkheid door middel van fictie.

Berthe Spoelstra is freelance dramaturg. Ze geeft les aan de UvA, vakgroep Theaterwetenschap en is redacteur van Theater Schrift Lucifer.